Hiërarchie

Hoe worden deze relaties in een thesaurus gebruikt?

Een thesaurus is een instrument om termen te structureren en relaties tussen concepten inzichtelijk te maken. Om een thesaurus op te bouwen, is het van belang om de verschillende soorten relaties correct te identificeren en te organiseren. Dit omvat het selecteren van relevante termen, het opstellen van een consistent schema en het waarborgen van logica en overzichtelijkheid. Hieronder worden drie belangrijke stappen beschreven om deze relaties goed te benutten:

Stap 1: Identificeer de termen en hun relaties

  • Begin met het verzamelen van termen die in de thesaurus moeten worden opgenomen.
  • Analyseer hoe deze termen zich tot elkaar verhouden. Zijn het generiek-specifieke relaties, deel- geheelrelaties, klassen-lidrelaties?

Stap 2: Maak een consistent schema

  • Gebruik standaardafkortingen om de hiërarchieën te structureren:
  • BT (Broader Term) voor bredere termen.
  • NT (Narrower Term) voor engere termen.
  • RT (Related Term) voor aanverwante termen zonder hiërarchische relatie.

Stap 3: Controleer op consistentie

  • Zorg ervoor dat de hiërarchische relaties logisch en uniform zijn:
  • Behoud generiek-specifieke relaties binnen een enkele tak van de thesaurus.
  • Vermijd het mixen van deel-geheelrelaties en generiek-specifieke relaties, tenzij dit contextueel onvermijdelijk is.

Generiek-specifieke relaties (Genus-Species of Soort-Geheel)

Uitleg

  • Dit type hiërarchie is gebaseerd op taxonomie. Het beschrijft de relatie tussen een algemene categorie (de bredere term) en de meer specifieke subcategorieën (de engere termen).
  • In deze structuur is de bredere term een generieke klasse, en de engere termen zijn de soorten binnen die klasse.

Voorbeeld

  • Tafels (BT, bredere term)
  • Eettafels (NT, engere term)
  • Hoektafels (NT)
  • Salontafels (NT)

Kenmerken van generiek-specifieke relaties

  • De engere termen erven eigenschappen van de bredere term.
  • Een eettafel is altijd een soort tafel.
  • Een hoektafel past ook binnen de bredere categorie tafels.
  • De relatie is altijd asymmetrisch: een tafel kan een eettafel zijn, maar een eettafel kan nooit een tafel in algemene zin vervangen.

Gebruik

  • Wordt toegepast in situaties waarin een concept hiërarchisch kan worden georganiseerd. Dit type relatie zit vaak in classificatiesystemen, zoals:
  • Dierensoorten (bijvoorbeeld Zoogdieren > Honden > Golden Retrievers).
  • Objectcategorieën (bijvoorbeeld Meubilair > Tafels > Eettafels).

Deel-geheel relaties (Part-Whole of Meronomie)

Uitleg

  • Dit type hiërarchie beschrijft hoe onderdelen (de engere termen) samen een geheel vormen (de bredere term). Dit wordt ook wel een meronomische relatie genoemd.
  • De bredere term is een overkoepelend geheel dat kan worden opgedeeld in onderdelen, en de engere termen zijn die onderdelen.

    Voorbeeld

  • Dak (BT)
  • Goot (NT)
  • Zolderraam (NT)
  • Dakpannen (NT)

Kenmerken van deel-geheel relaties

  • De onderdelen hebben een functionele of fysieke relatie met het geheel:
  • Een goot maakt deel uit van het dak.
  • Een zolderraam is een fysiek onderdeel van het dak.
  • Deze relaties zijn niet per se erfelijk. Een zolderraam is geen dak in de traditionele zin, maar maakt er wel deel van uit.

Gebruik

  • Wordt vaak gebruikt om structuren of systemen in kaart te brengen, zoals:
  • Fysieke objecten (bijvoorbeeld Auto > Motor > Zuiger).
  • Organisaties (bijvoorbeeld Bedrijf > Afdelingen > Teams).
  • Processen (bijvoorbeeld Verkoopproces > Offertefase > Afsluiting).

Klassen-lid relaties (Class-Instance)

Uitleg

  • Dit type relatie koppelt een algemene categorie (de bredere term) aan specifieke individuele voorbeelden (de engere termen). Het verschilt van generiek-specifieke relaties, omdat de engere termen geen soorten of subcategorieën zijn, maar unieke entiteiten binnen de bredere klasse.
  • De relatie wordt ook wel een klasse-lid relatie genoemd.

Voorbeeld

  • Planeten (BT)
  • Aarde (NT)
  • Mars (NT)
  • Jupiter (NT)

Kenmerken van klassen-lid relaties

  • De engere termen zijn unieke voorbeelden die de bredere term niet volledig representeren. Mars is een planeet, maar vervangt de categorie Planeten niet.
  • De relatie is absoluut: een voorbeeld hoort altijd en uitsluitend bij die ene klasse. Aarde is een planeet en kan niet tegelijk een ster zijn.

Gebruik

  • Wordt gebruikt om unieke, specifieke voorbeelden binnen een bredere categorie te beschrijven, zoals:
  • Voorwerpen (bijvoorbeeld Schilderijen > De Nachtwacht).
  • Mensen (bijvoorbeeld Nederlandse schrijvers > Multatuli).
  • Locaties (bijvoorbeeld Werelderfgoedlocaties > Machu Picchu).

Speciale aandacht verdiend polyhiërarchie

Uitleg

  • Polyhiërarchie verwijst naar het fenomeen waarbij een term meerdere bredere termen heeft en dus in meerdere hiërarchische structuren past. Dit kan voorkomen bij concepten die overlappen of meerdere eigenschappen hebben die ze in verschillende categorieën plaatsen.

  • Het werkt goed bij generiek-specifieke relaties, maar kan complexer zijn bij deel-geheel of klasse- lid relaties.

Voorbeeld

  • Paprika
  • Kan zowel vallen onder Groenten (BT) als onder Vruchten (BT), afhankelijk van de context (bijvoorbeeld botanisch versus culinair gebruik).
  • Documenten
  • Een e-mail kan zowel een type Communicatie (BT) zijn als een type Digitaal Document (BT).

Kenmerken van polyhiërarchie

  • Flexibiliteit: Het maakt een thesaurus veelzijdiger en beter toepasbaar in diverse contexten.
  • Complexiteit: Het kan navigatie en consistentie bemoeilijken, vooral als gebruikers niet bekend zijn met de onderliggende structuur.

Gebruik

  • Polyhiërarchie is nuttig in domeinen waar concepten vaak meerdere toepassingen hebben, zoals:
  • Gezondheidszorg (bijvoorbeeld Symptomen die horen bij meerdere ziekten).
  • Bibliotheken en archieven (bijvoorbeeld een boek dat past binnen meerdere genres).

Beperkingen van polyhiërarchie

  • Inconsistentie: Polyhiërarchie werkt minder goed wanneer de laagste termen in de structuur niet logisch passen onder beide bredere termen. Bijvoorbeeld:
  • Een "Paprika" valt zowel onder "Groenten" als "Vruchten", maar een specifieke eigenschap (bijvoorbeeld "culinaire bereiding") kan niet altijd op beide niveaus consistent toegepast worden.
  • Verwarring: Gebruikers kunnen moeite hebben met navigeren door de structuur als een term meerdere locaties heeft, vooral in systemen die geen duidelijke context bieden.
  • Overlapping: Wanneer een term te vaak wordt herhaald in verschillende hiërarchische takken, kan dit leiden tot redundantie en verwarring over de plaats van de term.